18-12-09

Wegvluchten

Ik vluchtte weg ... tranen in mijn ogen ... ik stapte verder in het niets ... in de sneeuw ... het was koud ... en mijn man die keek niet eens naar mij.

(Gedachten)

Waar moet ik naar toe ... ze hebben mij niet meer nodig ... mijn man zal wel voor mijn kinderen zorgen ... en ik heb mijn GSM bij en hij belt mij niet eens ... ik haat het! ...

(10 minuten later)

Ik zit hier in een bos - verdwaald ... ha die weg die ken ik ... maar naar waar wil ik naar toe ... naar mijn schoonmoeder ... een 3 km ... of naar mijn huis ... een 10 km ... ik schaam me ... ik durf niet meer ...

(10 minuten later)

Ik ga bellen ... ik bel naar mijn man ... hij wil niet oppakken ... ik bel nog eens ... hij pakt niet op, ... 'hallo' ...

Het was mijn schoonmoeder want het werd automatisch doorverbonden. Ik praatte, weende, riep, huilde, kon niet goed praten door de telefoon.

Ik moet mijn man hebben, hij wil zijn GSM niet opnemen, ik heb ruzie, hij lacht met mij, hij wilt mij niet meer hebben, ik loop door tot als ik dood ben of bevroren of in een meer ...

'Waar ben je' zei mijn schoonmoeder, 'moet ik je ophalen?'

Ik wil niet. Mijn man moet mij komen halen en hij wilt mij niet meer, hij neemt zijn GSM niet op. Ik zeg niet waar ik ben. Ik zal wel stappen tot als ik thuis ben ofzo ...

(10 minuten later)

Ik kreeg telefoon van mijn schoonzus en dan mijn broer en dan mijn zus en dan mijn mama en dan nog eens. Iedereen wou met mij bellen (behalve mijn man) en ik nam wel mijn gsm op maar ik kon maar met één persoon spreken, ineens was ik belangrijk: 'Neem een ticketje en ga in de rij staan. Er zijn nog tien wachtenden voor u…'  Mijn schoonmoeder (of?) heeft naar iedereen gebeld, ze dacht dat ik zelfmoord wilde plegen. Ik wilde niet dood zijn, ik was gewoon boos.

Nee, ik vertel niet waar ik ben, ik ga gewoon stappen, nee, je moet mij niet zoeken. Ja ik heb het warm want ik stap! Alleen mijn hand is ijskoud, ja, ik heb geen handvrije gsm hoor, ja, ik wissel mijn handen soms.

Mijn broer wou weten waar ik was en hij wilde me gaan zoeken, maar ik was wel ergens blij dat hij met mij wilde praten (ik heb twee broers, de ene die mij altijd hielp die was nu in het buitenland, de andere steunde mij nu dan toch!).

Mijn moeder kon mij niet bereiken want ik was met mijn broer aan het bellen. Mijn zus zei dat mijn moeder mij is aan het zoeken met de auto en er is veel sneeuw. Dat hoefde toch niet, ze wist toch niet waar ik was. Ik belde naar mijn mama en zij was boos en ze zocht mij in de bossen, welke bossen? trouwens ik was al bijna thuis hoor.

(100 minuten later,  ~ 8 km later)

Zeg mijn batterij van mijn GSM is bijna plat, niet meer bellen! Binnen een half uurtje ben ik thuis.

Ik was dan thuis, ik had wel geen sleutel, ik heb mij in de veranda, die was open, genesteld. Mijn man en mijn dochter zitten waarschijnlijk in de cafetaria van het zwembad en de andere twee zijn aan het zwemmen. Seffes komen ze wel. Ik belde naar mijn zus en mijn moeder heel kort, want mijn GSM was bijna plat.

Ik ben thuis, je moet niet meer ongerust zijn.

Toen mijn man en de kinderen er terug waren, waren mijn kinderen opgelucht en mijn man was een beetje boos. Mijn man beval mij dat ik naar iedereen moest bellen en mij verontschuldigen. Een beetje later kreeg ik nog een SMS van mijn zus 'Zusje toch niet meer doen he, love u. Slaapwel he xxx'.

De commentaren zijn gesloten.